Het Verenigd Koninkrijk (VK) wil de Europese Unie (EU) op 29 maart 2019 verlaten. Het VK en de EU hebben onderhandeld over de voorwaarden voor deze zogeheten Brexit. En ze praten nog verder over hun toekomstige relatie.

Stand van zaken sinds 15 januari 2019

Op 13 november 2018 bereikten de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK) een akkoord over Brexit. De Britse regering en de 27 EU-landen hebben ingestemd met dit akkoord. Helaas heeft het Britse parlement op 15 januari het akkoord afgewezen.

De Nederlandse regering betreurt deze uitslag, omdat het in ieders belang is dat er snel duidelijkheid komt over de afspraken rond Brexit. Er is echter nog geen sprake van een 'no-deal' situatie, waarin er helemaal geen akkoord over Brexit zou zijn. Het is immers nog geen 29 maart. Het is nu aan de Britse regering om aan te geven hoe zij tot een oplossing wil komen. Het Britse kabinet heeft daar 21 dagen de tijd voor. In de tussentijd is het belangrijk dat de overheid, bedrijven en burgers zich blijven voorbereiden op alle scenario’s, inclusief de mogelijkheid van 'no-deal'.

Behalve het Britse parlement moet het Europees Parlement het akkoord ook nog goedkeuren. Pas hierna kunnen de EU en het VK de afspraken van het akkoord gaan uitvoeren.

Nieuwe afspraken tussen EU en VK

Pas na Brexit op 29 maart 2019 kunnen de EU en het VK over de details van hun nieuwe relatie verder gaan onderhandelen. Meer duidelijkheid over die nieuwe relatie komt dan ook pas nadat deze volgende fase van de onderhandelingen is afgerond. De EU en het VK hebben hier in ieder geval de tijd voor tot 31 december 2020, mits er een terugtrekkingsakkoord is bereikt dat is bekrachtigd door de EU, het Europees Parlement en het Britse parlement. Voor deze periode is dan namelijk een overgangsfase is afgesproken, waarin alle EU-wetten en regels voor het VK blijven gelden. In het akkoord is ook afgesproken dat deze overgangsfase zo nodig eenmalig met twee jaar kan worden verlengd tot 31 december 2022. Zie ook de Brexit-tijdlijn.